Een touwtje, blauwe briefjes en twinkels

Toen ik met therapie begon hebben we een traumalijn gemaakt. Letterlijk een touwtje op de grond met daarop allemaal briefjes met onderwerpen die in mijn systeem zitten en waar ik last van heb in het dagelijks leven en in wie ik ben. Als je het lijntje in eerste instantie ziet, ziet het er niet bijzonder uit. Het ziet er zelfs een beetje maf uit voor een buitenstaander en als je de briefjes als buitenstaander leest zou het weinig zeggen, of zouden sommige thema’s niet als iets vervelends beschouwd kunnen worden. Maar ze liggen niet voor niets op mijn traumalijn. Iedere keer als we als een ‘situatie/briefje’ opgeruimd hebben dan gaat het briefje eraf en zo houd je aan het einde een leeg touwtje over (benieuwd wat ik daar mee ga doen :-))
 
Op mijn touwtje lagen ook verjaardagen van vroeger, toen ik nog een kleine Sabine was, verjaardagen waar ik een vervelend gevoel bij had. Omdat er iets gebeurd was, of omdat er rondom de verjaardag gedoe was met mijn vader. Was het niet dat mijn vader zijn belofte niet nakwam dan was het wel dat er ruzie of verdriet om was. Verjaardagen zijn een mooi moment om samen te zijn en om te delen met elkaar. Dat gevoel heb ik niet echt meegekregen maar wilde ik wel altijd graag. Maar zolang ik me kan heugen word ik altijd ultiem verdrietig wakker op mijn verjaardag, een soort eenzaam, leeg gevoel. Daarna kan ik altijd wel gewoon jarig zijn en is dat gevoel weg. Maar het was zolang ik me kon heugen het gevoel waar mijn dag mee begon. En dat is niet de beste start van je dag.
 
In het voorjaar hebben we de briefjes die bij de verjaardagen hoorde gedaan. Door eerst het gevoel op te roepen wat er bij hoort, en dat is niet heel erg gezellig, voel je het oude gevoel van toen opnieuw. Vervolgens haal je met behulp van traumatechniek (denk aan EMDR) het oude gevoel weg en zet je er een nieuw positief gevoel voor in de plaats. Zo dus ook met de verjaardagen in mijn geval. Op het moment dat ik hier aan begon, dacht ik yeah right, maar het werkt. Het gevoel neemt af of verdwijnt waardoor ik anders tegen de situaties aan ga kijken en het vervelende gevoel in veel situaties helemaal los kan laten. Waardoor er ruimte komt voor ander positief gevoel en je situaties niet meer meedraagt op een manier die altijd (onbewust) invloed heeft, dat blijkt het befaamde loslaten waar men het tegenwoordig over heeft. Zo ook met de verjaardagen, het zat minder in mijn systeem. En het was ‘goed’ zo.
Afgelopen zaterdag was ik jarig. Maar ik stond er de avond vooraf helemaal niet stil bij dat gevoel, dat had al een teken kunnen zijn. Dat ik ’s ochtends wakker werd had ik een raar gevoel, een gevoel wat ik niet kende. Om me te beseffen he, het is vandaag mijn geboortedag, ik ga vanmiddag met Astrid samen hightea doen. En ik krijg, terwijl ik onder mijn rode dekbed lig (goed geaard), een glim op mijn gezicht en draai me nog een keer om. Om me vervolgens te beseffen dat ik niet verdrietig ben. Geen tranen. Geen leeg gevoel. Niets. Alleen maar een soort blije twinkels (zo noemen we ze maar voor het gemak). Waardoor ik uit verbazing bijna in paniek raak. Want dit kan helemaal niet begin ik te beredeneren. Maar een half uur later was er nog steeds geen verdriet maar wel die glim. Wauw. Dit is dus het effect op de (semi) langere termijn van het opruimen van ogenschijnlijk kleine dingen maar die wel al mijn hele leven invloed hebben. En dat voelt heel voorzichtig best gaaf.
 
Dat ik begon met dit traject heb ik (en mensen om me heen) met scheve ogen naar sommige dingen gekeken. En toen Nonja dit voorstelde dacht ik yeah right, briefjes op een touwtje en dit ga jij met lijntjes trekken uit mijn systeem halen, nou succes. Maar ik moest al heel snel toegeven, het werkt. Zelfs een half jaar later in een situatie waarin ik niet had verwacht dat het invloed op zou hebben. Tuurlijk spelen er meer dingen mee die van invloed zijn. Maar de basis ligt bij mij. Mijn basisgevoel bij mijn verjaardag is veranderd. Dat is het belangrijkste. Oude gevoelens over situaties die verdriet doen, die al jaren van invloed zijn, het is te veranderen. Er iets positiefs voor in de plaats te zetten. Het kost soms veel energie en tijd. Maar dit soort ‘overwinningen’ geven het geloof dat ik op kan ruimen wat al zo lang in mijn systeem zit en dat ik de regie krijg over wat ik voel bij situaties.
Advertenties

Wie is jouw tegenstander?

Zondag liep ik sinds een lange tijd weer eens een loopwedstrijd. Met de nadruk op loop, want hardlopen was het niet als je naar het tempo kijkt. Maar een uitdaging was het wel. Eentje die spontaan ontstond na een paar weken trainen met de dames en heren van FitbyCoaching. Zo gezegd zo gedaan, we gingen meedoen, ik had eigenlijk tegen mijzelf gezegd geen wedstrijdjes meer te doen. Maar het is toch altijd een soort van uitdaging en dit was een mooi doel om ‘samen’ naar toe te leven.

Dus dan ook maar meteen in stijl in ons ‘eigen’ t-shirt. Gewoon omdat het lekker smoelt en onze traintert een beetje promotie verdient. Ik heb een haat-liefde verhouding met sport. Mijn bank is altijd een soort van de duivel op mijn schouder, en de blije stofjes die aangemaakt worden door sport de engel op de andere schouder. En daarnaast heb ik heel veel sport-demonen in mijn hoofd. Ik ageer tegen de hele sportschool-hippepakjes-bootcamp-strakkemaatjes cultuur. Dus wordt ik er niet gelukkig. Van in het bos hollen werd ik ook niet gelukkig, trappen en duinen hollen ook niet, en het is zo goed voor je. Het aanpraten door de maatschappij je bent te zwaar om te sporten gedoe werkt ook niet mee. Tot ik een keer met mijn nieuwe trainert ging zwemmen. Mijn lief zei ga een keer mee met zijn 30+BMI-Fittraining. Speciaal voor mensen die te zwaar zijn maar wel willen sporten. De tegenstander in mij verzon alle argumenten die er waren. De demonen waren echt in topvorm. Maar het zwemmen was ontspannen en liet me zien dat ik meer kon dan mijn demonen me vertelden. Dus ik ging mee.

Een avond door het bos ploeteren. Op pad met mijn eigen tegenstander stond ik onwennig in het bos. Bang voor de afmatting. Want het was een bootcamp zei de omschrijving. Vijf kwartier later, met een overdosis endorfine in mijn lijf, en alle demonen in het bos achtergelaten stond ik weer op de parkeerplaats. Thuis moest ik toegeven dat ik het leuk had gehad. Dat ik met plezier door het bos en over duin had geploeterd, met mijn knieën in de aarde, en een extra heuveltje genomen. Waar was mijn tegenstander? Waar waren al mijn excuses? Die waren ergens ver weg. Inmiddels ga ik vrijwillig in het bos lopen, zeg ik geen nee tegen trappen (ik stel het zelfs voor) en is de bank nog steeds mijn grootste tegenstander. Maar ook het bos begint mijn vriend te worden op dat vlak.

Bootcamp-clubjes zijn niet alleen voor die ik eerder noemde, als jij maar het ‘clubje’ vindt waar je je op gemak voelt. En waar je elkaar versterkt. Waar een trainer kijkt naar wie hij voor zich heeft en respecteert wat een ieder zijn eigen doel is. Dan loop je 10 weken later samen ‘gewoon’ even een wedstrijdje. Ondanks dat we allemaal onze eigen tegenstanders hebben sleuren we elkaar er doorheen. Niemand kijkt naar dat postuur, hippe pakje, staat te brullen dat er nog 10 burpees extra moeten. Juist het tegenovergestelde, we zijn allemaal trots op het feit dat we trots op ons zelf zijn als we die trap een keer extra nemen, of gewoon uberhaupt doordribbelen ondanks dat we gesloopt zijn en twijfelen. Maar we overwinnen onze eigen mentale tegenstanders. Om vervolgens zondag (in mijn geval als laatste) over de finish te gaan met mijn tegenstander achter me. Maar met een gevoel van trots naast me (en de trainert en mijn lief).

Na de finish stonden we te glunderen, en ik weet niet of wij zelf of dat onze trainert Peter het meeste glunderde. Om vervolgens voor ons allemaal een persoonlijke medaille uit zijn zak te halen. Een medaille is maar een plaatje, en ik heb er al meerdere, maar deze is wel heel mooi. Trots want zonder tegenstanders en met plezier en geen gemopper. Een zoen voor een ieder die gelooft in een ander en mij daarmee helpt mijn tegenstanders achter mij te laten. 

Bang voor zweet?

Ben ik een stoere vrouw die sport, of ben ik stoer omdat ik dat sport? Geen van beide zegt mijn gevoel. Hoewel ik mijzelf wel stoer vind als ik toch mijn doel van mijn loopje/fietsrondje bereikt heb. Al is het ma2014-05-24 17.37.21ar dat ik wilde genieten van dat gene wat ik ging doen. Er is een site Stoere Vrouwen Sporten. Daar wordt onder stoer o.a. verstaan: niet bang zijn voor zweet, bang zijn voor een uitdaging maar het toch doen. Hmm dan ben ik toch wel stoer. Want voor zweet ben ik echt niet bang, het mag prikken in mijn ogen, uit iedere porie komen en mijn shirt een natte lap maken. Bang word ik er niet van, nog beter, het maakt me zelfs blij. Het is een beloning voor het harde werken onderweg/tijdens je training.

Dus zijn de stoere dames een “actie” begonnen: laat je sport-zweet-moment vol trots zien. Want het blijkt dus dat er echt nog steeds vrouwen zijn die bang zijn voor zweet. Laat ik nu dit weekend nog tegen mijn vriendin (die ook niet bang is voor zweet) zeggen: “Ik zie gewoon vrouwen nog deodorant gebruiken vóór ze gaan sporten, waarom doen ze dat?” Daar hadden we dus beiden geen antwoord op (mocht iemand dat hebben dan hoor ik dat graag). Vanavond ging vol goede moed aan de bak, mijn looptraining begon met; ” ik moet 30 minuten aan één stuk lopen, zonder pauze”, na 250m heb ik “moeten” veranderd in “wil”. Na 31 minuten deed ik mijn klokje uit met een heel goed gevoel. Wat vergeet ik nu…mijn #isweat selfie te maken. Zucht, maar gezweet heb ik en ik was er trots op. Dus behoed u, er komen dus echt nog zweetfoto’s. Al is het maar om de angst voor (lui) zweet te verbannen (naar de eeuwige deodorantvelden).

 

 

Huilen om goud

sochikleinZondagmiddag, met ca. 50 km/u gaan de dames door de bocht. Loopt er een blauw lijntje op het scherm mee. En zetten we strepen door iedereen die geweest is en achter de blauwe lijn is gebleven.

Met andere woorden; wij zitten schaatsen te kijken. Niet alleen kijken, we beleven het. Op diverse manieren. De tv staat aan. Bij Astrid de laptop op schoot met het tweede scherm, en terwijl ik het blauwe lijntje in de gaten houd gaan er whatsappjes rond met het nodige commentaar. De techniek zie ik niet altijd even goed, maar de 10 jaar dat ik mee ging naar Thialf en op tv mee keek hebben wel zijn vruchten afgeworpen. Daardoor heb ik een goed beeld van het schaatsen, ik zie Pechstein (42, respect) nog een laatste poging doen en tegelijkertijd de nieuwe generatie (die ik ook niet meer allemaal ken) de ijzers in het ijs zetten. Met geknepen billen zit ik op mijn stoel als de kans dat we 1-2-3 (en 4) worden ons bijna niet meer ontnomen kan worden.

Om ook te beleven hoe de één het gevoel heeft goud te verliezen (anderen zouden een moord doen voor alleen al een olympisch diploma) en de ander goud wint (waar ze die graag op een ander discipline zou winnen). Maar ook om de emotie te zien die bij sport komt kijken, sport is mijns inziens wel degelijk emotie. De emotie drijft tot topprestaties maar kan er ook voor zorgen dat je door het ijs zakt. En dan heeft een nieuw futuristisch pak ook geen invloed meer.

Het winnen van een medaille laat emoties zien, emoties die wij als schaatsminnend publiek ook voelen. Allemaal op onze eigen manier. We balen als Ireen goud verliest, en gooien net zo hard ons hoofd in onze handen. Maar we (althans wij wel gister) laten ook wat tranen vloeien als de ‘outsider’ voor de camera haar emoties laat gaan. En dat is mooi en puur. Dat ze het liefste haar medaille in zou ruilen voor dat discipline waar ze al 10 jaar voor traint snap ik ergens wel. Hoe zuur het ook is. Maar het is wel een pure en eerlijke reactie vanuit haar emotie. En dat zijn in mijn ogen de mooiste reacties.

Regelmaat is stoer

Als ik heel eerlijk ben naar mijzelf vind ik duidelijkheid en structuur heel prettig. Hoewel ik het ook heel saai vind. Spontane acties vind ik nl zo leuk. Daar geniet ik altijd een beerje extra van. Maar ik vind het ook heel prettig om s ochtends mijn routine te doen, helaas wint mijn dekbedje het nogal eens van mijn behoefte aan een rustige start van de dag. Dat wil nog wel eens doorwerken gedurende dag. In de avonden heb ik daar dan weer minder last van.

Regelmaat vind ik ook suf soms, omdat ik bang ben dat het saai wordt. Maar de laatste drie weken kom ik erachter dat regelmaat ook een heel groot effect kan hebben. Drie weken geleden ben ik begonnen met een schema voor de halve marathon. Dat betekent dat je over 16 weken 21km kan lopen zonder daarna meer dood dan levend  te zijn. Dus met goede moed (maar ook een beetje sceptisch over mijn kunnen) begonnen. Vandaag rondde ik week 3 lachend af met 8km door de polder. En wat blijkt…de regelmaat in het doen van de voorgeschreven trainingen helpt. Mijn lichaam roept de dag na een loopje ‘wanneer mag ik weer’. Maar het lopen wordt makkelijker, het plezier (nog) groter en de blije stofjes tijdens en na steeds zichtbaarder. Voorheen liet ik me door welk excuus dan ook makkelijk overhalen de regelmaat te doorbreken. Nu zet ik nu (bijna) zonder moeite de wekker om 5.45 voor de korte ochtendloopjes. Is regen geen probleem en doorbreekt geen afspraak mijn regelmaat van mijn loopschema. En het voelt super, die 21km gaat me lukken. Gewoon omdat regelmaat best stoer is 🙂