Hoe gaat het met je?

Hoe beantwoord je de vraag “Hoe gaat het met je?” of “Hoe voel je je?” als je je eigenlijk niet zo goed weet wat “normaal” is. De laatste maanden ben ik hard met mijzelf aan het werk en dat gaat met pieken en dalen, vallen en opstaan. In die periode ben ik ook meer gaan toegeven aan het feit dat ik me even niet zo tof voelde. En dat ook wat meer gaan delen. Wat voor mijzelf helpt en ook voor mijn omgeving.

Als ik me niet helemaal 100% voel dan betekent dat niet dat ik alleen maar op de bank lig met een dekentje. Of dat ik huilend wegkruip voor de wereld. Want als ik namelijk ga zeggen dat ik me gewoon even niet helemaal 100% voel dan weet men vaak al niet meer wat te zeggen. Maar wat moet ik dan wel zeggen? Wat is een normaal gevoel? Op dit moment wordt er zo hard aan mijn gevoel getrokken dat ik het zelf echt soms even niet meer weet. En vraag het me vooral niet als ik net van (hypno) therapie kom want dan dat staat de wereld meestal helemaal op zijn kop.

Zelf vind ik dat niet zo erg, maar de wereld om mij heen (die net iets verder weg staat dan de eerste cirkel) weet daar vaak niet zo goed mee om te gaan heb ik het idee. Kop op, schouders eronder, morgen schijnt de zon weer zijn veel gehoorde (goedbedoelde) reacties. Maar ik zet mijn schouders er al onder, de zon hoeft niet te schijnen want in de regen kan ik ook plezier hebben. Ik voel me gewoon even niet gezellig. Wat niet betekend dat ik niet gezellig kan doen of plezier kan hebben. Het leven is gewoon niet altijd hoera of goed.

Vorige week had ik zo’n dag. Dan wordt ik al met een brok in mijn keel wakker en is naar mijn werk gaan best al een ding om te doen, nadat ik mijzelf uit bed sleep. Maar ik had een verheugje in het verschiet, ik zou thee en dimsum gaan ‘doen’ in de stad met een vriendin. Dus even door de ochtend heen bikkelen was mijn motto. Toen ging het hard regenen, liep de ochtend wat stroever dan ik eigenlijk wilde (maar wel had kunnen verwachten natuurlijk) dus wilde ik eigenlijk niet en gewoon onder een deken. Tegen vriendin gezegd dat ik me niet 100% voelde en dat de regen ook niet meehielp. Waarop ze duidelijk liet merken erop uit te willen, er zijn paraplu’s en de regen zou afnemen, was haar positieve duw in de rug. Normaal zou ik op de bank in mijn pyjama zijn gekropen met mijn eigen indoor virtuele regenbui. Nu met de subtiele motivatie toch op stap en de regen werd minder, het buitenzijn was prettig, fijne wandelkeuvels en het was goed dat ik me niet 100% voelde. Om vervolgens na een semi-droge wandeling met haar en hond, thee met dimsums, mooie gesprekken, thuis te komen met een beter gevoel.

Hoe ik me voelde daarna? Ik weet het niet, nog niet normaal, maar wat is normaal. Maar wel beter ondanks dat ik me nog niet 100% voelde. Misschien wil ik me ook wel niet normaal voelen. Voel ik me zoals ik me voel. En dan kan ik ook plezier hebben en genieten. Alleen misschien net even anders dan dat je ‘normaal’ van me verwacht.

Voelen, voelen en nog eens voelen

Daar sta je dan met je goede gedrag…botsend met de mensen die je zo lief zijn. De mensen die het meeste om je geven, jou accepteren zoals je bent ondanks dat ik dat zelf niet deed/doe (sorry Nonja we zijn nog niet klaar). Maar je botst wel met ze, terwijl je het zelf niet wilt. Terwijl je aan alles voelt dat er iets niet goed is maar dat je er je vinger niet op kunt leggen. En dat je juist met de mensen die je zo lief hebben in gevecht bent. Maar ook die zijn het soms zat en worden er verdrietig van. Met alle gevolgen van dien. Ik bleef me maar groot houden terwijl ik voelde dat er dingen niet goed zaten.

Hoe ga je dat oplossen? Geen therapie meer voor mij riep ik. Ik was er klaar mee. Echt, ik heb wereld van therapeuten in vele vormen en maten gezien en meegemaakt van alle kanten. Dus het moest ook wel al klaar zijn. Ik wilde niet wéér in een hokje gestopt worden. Want wat kon ik nu nog meer doen. De vuile was weer buiten hangen, echt daar had ik geen zin in. Weer aandacht geven aan dat wat pijn deed of mij echt tot op het diepst pijn heeft gedaan 30 jaar (of wel verder) terug? Nee was mijn rationele reactie. Maar dat was ook de angst. Het voelde als falen. Was het dan allemaal voor niets geweest wat ik al gedaan had?
En toen kwam er iemand op mijn pad. Als ik dan toch aan de slag ga dan maar op een totaal andere manier. Maar met enige scepsis stapte ik toch echt wel de praktijk van Nonja Kuyer binnen, hypnotherapie. Yeah right dacht ik. Want ik zag mijzelf al met Rasta Rostelli aan tafel zitten. Eerst maar eens zien wat ze deed en wie ze was. Aangezien ik heel goed ben in om het onderwerp heen draaien (en er zijn veel therapeuten die daar ‘intrappen’).
Maar navragen om me heen bij mensen die het ook gedaan hadden of de betreffende dame kenden maakte dat ik dacht het is nu of nooit. Ik sta open voor heel veel, en ik geloof ook in meer dan alleen dit op aarde. Maar dit was wel heel spannend. Tjeezis wat een weerstand. Mijn rationele denken deed hard zijn best om alles te willen begrijpen wat er voorgesteld werd. Puur angst voor het onbekende. Daar werd snel doorheen geprikt, dus gewoon aan de slag. Achteraf was dat de beste manier want dan moest ik wel gaan voelen dat het gewoon werkt. En dat erom heen draaien…je denkt dat het lukt…maar aan het eind zit je toch midden in je gevoel daar waar ze je wil hebben 🙂
Dat was april van dit jaar. Het is nu eind juni. En ik kan je vertellen…vergeet Rasta Rostelli want wat ik de afgelopen maanden heb mogen ervaren en leren daar is hij niets bij. Gisteravond kwam ik thuis van een pittige sessie “plus” inclusief opkalefateren (letterlijk citaat van Nonja) en zat ik met een glim op de bank. Afgemat en gesloopt maar wel met een glim in mijn hart. Bijna 3 maanden knetterhard werken van beide kanten, maar er veranderen dingen in mijn gevoel die ik nooit had durven geloven. Over weerstanden heen gestapt die ik niet voor mogelijk had durven houden. Gevoeld waarvan ik ooit gezegd had dat ik dat besloten had om nooit aan iemand te vertellen. Maar ook voorzichtig gevoeld hoe dat gevoel nu niet meer nodig hoeft te zijn.
Hoe we dat gedaan hebben? Zit ik iedere week in een soort andere wereld in trance terug te gaan naar vorige levens of weet ik veel wat? Nee verre van dat. Zit er (heel oneerbiedig gezegd) een zweefdame tegenover me die vreemd is van enige vorm van rationaliteit? Nee. Maar wel iemand die er écht voor gaat en er voor zorgt dat het goed is, en wat voor mij persoonlijk heel belangrijk: veilig. Voor mij is het een overgave aan haar kunnen, kennis en intuïtie en vertrouwen wat ze op een fijne manier bij mij heeft ‘weten te winnen’. In combinatie met het feit dat ik het niet alleen doe, we doen het samen. En hoe kan ik niet in een paar woorden samen vatten of in een bepaalde vorm. Maar ik weet wel dat het (ondanks mijn eerdere weerstand) perfect past.
In de psychiatrie heb ik veel misstanden gezien. En wordt nog steeds teveel in hokjes en DSM-IV gedacht. Maar dat vinden de zorgverzekeraars duidelijk en fijn (veel werkgevers ook trouwens). Met als gevolg dat ik een behoorlijke investering in mijzelf ook op dat vlak nu mag doen. En dat is het me waard. Daarom vind ik het zo belangrijk dat ook de ‘alternatieve’ (stom woord want het is helemaal niet alternatief) vorm van hulp de positieve aandacht krijgt. De reguliere GGZ heeft nooit voor elkaar gekregen wat in dit geval Nonja wel voor elkaar krijgt. Ben ik er al? Nee. Het gaat zelfs iets langer duren dan ik zelf hoopte (en gepland). Maar ik weet dat ik met de steun van de lieve mensen om me heen er samen met Nonja alle tijd voor kan nemen die er nodig is.
ps. ze heeft ook een facebookpagina waar je je ook kunt aanmelden voor workshops

Niet op twee billen maar op één bil

Hoe vaak ik als kind niet te horen kreeg dat ik recht op moest zitten. Of dat ik niet achterover mocht wippen met mijn stoel, die was wel terecht want mijn klasgenootje (aan wie ik een gruwelijke hekel had, dat daargelaten) klapte ooit achterover en had een gat in zijn hoofd. Nu betrap ik mijzelf er ook nog vaak op dat ik rechter op moet zitten. Niet in de laatste plaats omdat het ook iets aan je uitstraling doet. Maar na het zien van het de TED talk van Benjamin Zander weet ik waarom ik als ik ingespannen en vanuit mijn hart bezig ben ik niet rechtop zit. Niet onderuit gezakt, maar gewoon echt scheef. Een soort van op het puntje van mijn stoel, maar toch ook weer niet. Het heeft te maken met het met plezier iets doen, het niet stijfjes kunnen zitten als mijn creativiteit stroomt. Maar gewoon bijna bewegen van de energie die er dan vrijkomt. Met als resultaat dat ik een twinkel in mijn ogen krijg, zoals Zander beschrijft. De twinkeling die je overbrengt zonder dat je het zelf weet. Als ik twinkel en jij kijkt mij aan ga jij ook twinkelen. Als ik je strak aankijk dan ga jij mij strak aankijken. Dus van nu af aan is mijn doel zo min mogelijk netjes op twee billen op mijn stoel zitten, ogen als sterretjes en meer klassieke muziek (iemand nog iets toegankelijks behalve Arvo Part, Debussy of Erik Satie).

 

Langs de meetlat…

Een paar jaar terug viel ik in een half jaar 20 kilo af. Wauw zou je zeggen. Dat zei ik zelf ook. En het deed iets met mijn zelfbeeld. Maar het was ook hard werken om al die kilo’s te verliezen. Ik raakte de kilo’s sneller kwijt dan dat ik mijn zelfbeeld juist van groter gewicht kreeg. Maar stap voor stap met het nodige werk werd dat ook een stuk positiever. Helaas heb ik alle kilo’s (en wat extra) ook weer terug gevonden. En kwam ik er ook achter dat het zelfbeeld nog niet zo sterk was als dat ik dacht. Een grote factor in het terugvinden van de kilo’s was dat ik onder grote sociale druk met behulp van voedingscoach ik kon afvallen. 4x in de sportschool om de hoek, als ik een keer niet kwam was er de vraag waar was je. Maar ook de vraag waarom ben je deze week niet afgevallen. Of hoe komt het dat…etc etc maken dat ik achteraf nooit het gevoel heb gehad dat ik het volledig zelf heb gedaan. Sporten, het moest, het was een middel. Nooit juichend. Een trap onder mijn kont hielp heel erg mee.

Afgelopen zaterdag ben ik na hele lange tijd op de weegschaal gaan staan. Na al 4 maanden steeds intensiever sporten voelde ik dat mijn lichaam veranderde. Maar ik zag ook dat een mede BMI+Fitclub sporter in een maand behoorlijke resultaten haalde. En dat was voor mij de trigger, de struisvogel zijn hoofd moest echt uit de grond. Ik wilde de confrontatie niet, maar ik kan mijzelf niet voor de gek houden. Dus hierdoor gemotiveerd aan de trainer gevraagd of ik ook langs de meetlat mocht. Geen probleem. En toch vond ik het spannend. Maar inmiddels sport ik ook omdat ik het echt leuk vind, omdat ik de lat bepaal (ik leg deze soms te hoog) en niet voor de rest van de wereld. Want mijn zelfbeeld is inmiddels van dien aard dat ik daar een dikke middelvinger naar opsteek (de rest van de wereld dan he). Maar ik zie in de spiegel nog wel wat er zit en dan is die strakkere riem snel vergeten. Dus langs de meetlat, en het was eigenlijk veel minder spannend dat ik mijzelf had voorgehouden. Zou het dan echt kunnen een trainer die geen druk legt? Die van ooit zo beladen weegmomenten een (bijna) ontspannen moment maakt. Zonder oordelen en iemand die mij echt ziet en de vinger op de juiste plek legt? En zegt: zorg dat je het leuk blijft vinden, want dat is waar ik me zorgen over maak. Je bent fanatiek, maar wees lief voor jezelf en leg de lat lager en soms een tandje lager. Exact mijn valkuil. Het motiveert. Het helpt. Geen doelstelling. Geen moeten. Klinkt ogenschijnlijk normaal. Maar voor mij is het een kadootje. Voor mij werkt het niet massale, het niet drillen, het op pad zijn met gelijken, met de nodige zelfspot, dan ga ik namelijk uit mijzelf die heuvel/trap wel een extra keer omhoog. Met als afsluiting warme choco (de ultieme hersteldrank volgens de trainert). Geen dieet, geen marteltrainingen, wel plezier in sporten, lekker bewust eten en genieten van het leven. Ik leg mijzelf wel langs de meetlat (van de trainert) daar heb ik de rest van de wereld niet voor nodig.

 

Wie is jouw tegenstander?

Zondag liep ik sinds een lange tijd weer eens een loopwedstrijd. Met de nadruk op loop, want hardlopen was het niet als je naar het tempo kijkt. Maar een uitdaging was het wel. Eentje die spontaan ontstond na een paar weken trainen met de dames en heren van FitbyCoaching. Zo gezegd zo gedaan, we gingen meedoen, ik had eigenlijk tegen mijzelf gezegd geen wedstrijdjes meer te doen. Maar het is toch altijd een soort van uitdaging en dit was een mooi doel om ‘samen’ naar toe te leven.

Dus dan ook maar meteen in stijl in ons ‘eigen’ t-shirt. Gewoon omdat het lekker smoelt en onze traintert een beetje promotie verdient. Ik heb een haat-liefde verhouding met sport. Mijn bank is altijd een soort van de duivel op mijn schouder, en de blije stofjes die aangemaakt worden door sport de engel op de andere schouder. En daarnaast heb ik heel veel sport-demonen in mijn hoofd. Ik ageer tegen de hele sportschool-hippepakjes-bootcamp-strakkemaatjes cultuur. Dus wordt ik er niet gelukkig. Van in het bos hollen werd ik ook niet gelukkig, trappen en duinen hollen ook niet, en het is zo goed voor je. Het aanpraten door de maatschappij je bent te zwaar om te sporten gedoe werkt ook niet mee. Tot ik een keer met mijn nieuwe trainert ging zwemmen. Mijn lief zei ga een keer mee met zijn 30+BMI-Fittraining. Speciaal voor mensen die te zwaar zijn maar wel willen sporten. De tegenstander in mij verzon alle argumenten die er waren. De demonen waren echt in topvorm. Maar het zwemmen was ontspannen en liet me zien dat ik meer kon dan mijn demonen me vertelden. Dus ik ging mee.

Een avond door het bos ploeteren. Op pad met mijn eigen tegenstander stond ik onwennig in het bos. Bang voor de afmatting. Want het was een bootcamp zei de omschrijving. Vijf kwartier later, met een overdosis endorfine in mijn lijf, en alle demonen in het bos achtergelaten stond ik weer op de parkeerplaats. Thuis moest ik toegeven dat ik het leuk had gehad. Dat ik met plezier door het bos en over duin had geploeterd, met mijn knieën in de aarde, en een extra heuveltje genomen. Waar was mijn tegenstander? Waar waren al mijn excuses? Die waren ergens ver weg. Inmiddels ga ik vrijwillig in het bos lopen, zeg ik geen nee tegen trappen (ik stel het zelfs voor) en is de bank nog steeds mijn grootste tegenstander. Maar ook het bos begint mijn vriend te worden op dat vlak.

Bootcamp-clubjes zijn niet alleen voor die ik eerder noemde, als jij maar het ‘clubje’ vindt waar je je op gemak voelt. En waar je elkaar versterkt. Waar een trainer kijkt naar wie hij voor zich heeft en respecteert wat een ieder zijn eigen doel is. Dan loop je 10 weken later samen ‘gewoon’ even een wedstrijdje. Ondanks dat we allemaal onze eigen tegenstanders hebben sleuren we elkaar er doorheen. Niemand kijkt naar dat postuur, hippe pakje, staat te brullen dat er nog 10 burpees extra moeten. Juist het tegenovergestelde, we zijn allemaal trots op het feit dat we trots op ons zelf zijn als we die trap een keer extra nemen, of gewoon uberhaupt doordribbelen ondanks dat we gesloopt zijn en twijfelen. Maar we overwinnen onze eigen mentale tegenstanders. Om vervolgens zondag (in mijn geval als laatste) over de finish te gaan met mijn tegenstander achter me. Maar met een gevoel van trots naast me (en de trainert en mijn lief).

Na de finish stonden we te glunderen, en ik weet niet of wij zelf of dat onze trainert Peter het meeste glunderde. Om vervolgens voor ons allemaal een persoonlijke medaille uit zijn zak te halen. Een medaille is maar een plaatje, en ik heb er al meerdere, maar deze is wel heel mooi. Trots want zonder tegenstanders en met plezier en geen gemopper. Een zoen voor een ieder die gelooft in een ander en mij daarmee helpt mijn tegenstanders achter mij te laten.